Traumaprotocol
Hoofd en thorax
Schouder en bovenarm
Elleboog
Onderarm en pols
Hand
Rug
Bekken
Heup en bovenbeen
Knie
Onderbeen en enkel
Voet
Download hier de VFC App:
© 2026 Naar de Chirurg
Patellaluxatie
Quick Look:
Kenmerk:
Patella luxeert vrijwel altijd naar
lateraal
. Vaak al spontaan gereponeerd bij presentatie.
Kliniek:
Pijn en drukpijn met name aan de
mediale
zijde (ruptuur MPFL/retinaculum).
Beleid:
Primair conservatief met repositie en tijdelijke immobilisatie (Q-brace).
Cave:
Osteochondraal letsel (vrij lichaam in het gewricht) na repositie.
Traumamechanisme
Direct trauma op de knie of indirect trauma (torsie/sport).
Kan ook spontaan optreden bij patiënten met habituele instabiliteit.
Anamnese & Lichamelijk Onderzoek
'De knie schoot uit de kom'.
Pijn, snelle zwelling (haemarthros) en onvermogen om de knie te belasten.
Bij lichamelijk onderzoek: drukpijn mediaal van de patella (bij het MPFL).
Röntgen & Beeldvorming
Op indicatie:
X-knie AP en lateraal.
Axiale patella-opname (poort):
Om een osteochondraal fragment (flake fracture) uit te sluiten na repositie.
Classificatie
Geen specifieke classificatie; onderscheid tussen primaire luxatie en recidiverende/habituele luxaties.
Beleid Conservatief
Repositie:
Knie in strekstand brengen en lichte druk geven op de laterale zijde van de patella.
Immobilisatie:
1 week loopkoker of flexiebeperkende spalk (belast mobiliseren toegestaan).
Vervolg:
Na 1 week aanmeten van een
Q-brace
(patella-stabiliserende brace).
Fysiotherapie:
Focus op versterken van de m. quadriceps (met name de vastus medialis).
Beleid Operatief
Indicatie:
Vrijwel nooit bij een eerste luxatie.
Recidief:
Bij herhaaldelijke luxaties kan een stabiliserende operatie (bijv. MPFL-reconstructie) overwogen worden.
Vrij lichaam:
Operatie is wel geïndiceerd als er een groot osteochondraal fragment in het gewricht ligt.
Complicaties / Red Flags
Recidiverende luxaties (chronische instabiliteit).
Osteochondraal letsel (beschadiging kraakbeen/bot).
Patellofemorale pijnklachten.
Nazorg & Controles
Belasten:
Direct toegestaan in koker/brace.
Antistolling:
Alleen indien de patiënt niet (volledig) belastbaar is.
Follow-up Tabel:
Moment
Actie
1-2 weken
Wissel gips naar Q-brace
6 weken
Oefeninstructies, start FT, Q-brace op indicatie
3 mnd
Functiecontrole
6 mnd
Functiecontrole (op indicatie)