Knieluxatie (Femorotibiale luxatie)

Quick Look:
  • Surgical Emergency: Directe repositie is noodzakelijk!
  • Grootste risico: Letsel aan de a. poplitea (dissectie/occlusie) en de n. peroneus.
  • Check: Altijd pulsaties en Enkel-Arm Index (EAI) bepalen; bij twijfel direct CT-Angiografie.
  • Beleid: Acute repositie, vaatherstel (indien nodig <2 uur) en later ligamentaire reconstructie.
Traumamechanisme
  • Hoogenergetisch trauma (dashbord-trauma, val van grote hoogte).
  • Forse overstrekking of achterwaartse verplaatsing van de tibia t.o.v. het femur.
  • Vaak zijn minimaal 2 van de 4 grote ligamenten (VKB, AKB, MCL, LCL) volledig gescheurd.
Anamnese & Lichamelijk Onderzoek
  • Extreme pijn, onvermogen de knie te bewegen en duidelijke standsafwijking (indien niet spontaan gereponeerd).
  • Lichamelijk onderzoek:
    • Vasculair: Palpatie a. dorsalis pedis en a. tibialis posterior. Meet EAI.
    • Neurologisch: Test functie n. peroneus (heffen voet/tenen).
    • Stabiliteit: Pas testen na repositie en neurovasculaire check.
Röntgen & Beeldvorming
  • Standaard: X-knie AP en lateraal.
  • Angiografie: CT-Angio is de gouden standaard bij verdenking op vaatletsel (bijv. bij afwijkende pulsaties of verlaagde EAI).
Classificatie
  • Vaak ingedeeld op basis van de richting van de tibiale verplaatsing (Anterior, Posterior, Lateraal, Mediaal, Rotatoir).
Beleid Conservatief
  • Indicatie: Zelden als definitieve behandeling. Alleen als overbrugging of bij zeer hoge co-morbiditeit.
  • Therapie: Bovenbeensgips na repositie.
  • Risico: Extreme chronische instabiliteit en stijfheid.
Beleid Operatief
  • Acuut: Repositie (onbloedig). Bij vaatletsel: spoedexploratie door vaatchirurg (liefst <2 uur).
  • Stabilisatie: Bovenbeensgips of Externe Fixateur (indien repositie niet houdbaar is).
  • Ligamentair herstel: Reconstructie van kruisbanden en collateraalbanden vindt meestal semi-electief plaats binnen 2 weken.
Complicaties / Red Flags
  • Ischemie onderbeen (a. poplitea dissectie).
  • Peroneusuitval (klapvoet).
  • Chronische instabiliteit.
  • Infectie (bij open letsel of fixateur).
Nazorg & Controles
  • Functie: Functioneel nabehandelen met scharnierbrace (indien reconstructie heeft plaatsgevonden).
  • Antistolling: Altijd tromboseprofylaxe; bij vaatletsel aanvullend beleid via vaatchirurg.
  • Complicaties: Compartimentsyndroom, klapvoet (peroneusuitval), vaattrombose, arthrofibrose (stijfheid).