Avulsiefractuur tuberositas tibiae (volwassenen)
Quick Look:
- Kenmerk: Opgeheven strekfunctie van de knie.
- Diagnostiek: Differentieer van patellafractuur of patellapeesruptuur.
- Beleid: Operatieve fixatie is de standaard bij dislocatie om de strekfunctie te herstellen.
- Nabehandeling: Vaak 6 weken bescherming in een (loop)koker.
Traumamechanisme
- Direct trauma op de voorzijde van de knie.
- Indirect trauma: plotselinge krachtige contractie van de m. quadriceps (bijv. bij springen of landen).
Anamnese & Lichamelijk Onderzoek
- Pijn en zwelling gelokaliseerd over de tuberositas tibiae.
- Onvermogen om het been actief te strekken of gestrekt te heffen.
Röntgen & Beeldvorming
- Standaard: X-knie AP en lateraal.
-
- CT-scan: Doorgaans niet nodig, tenzij verdenking op intra-articulaire uitbreiding naar het tibiaplateau.
Classificatie
- AO 41-A2: Extra-articulaire fractuur van de proximale tibia.
- Focus op onderscheid tussen gedisloceerd en niet-gedisloceerd.
Beleid Conservatief
- Indicatie: Alleen bij niet of nauwelijks gedisloceerde fracturen of bij patiënten met een te hoog operatierisico.
- Therapie: 6 weken gipskoker (bovenbeensgips).
- Antistolling: Profylaxe zolang gipsimmobilisatie aanwezig is.
Beleid Operatief
- Indicatie: Alle gedisloceerde fracturen.
- Techniek: Schroefosteosynthese (voorkeur).
- Augmentatie: Bij comminutie of zwak bot eventueel cerclage (vicryl of metaal) om de patella heen ter bescherming van de fixatie.
- Alternatief: Haakplaat (gemaakt van drittelrohr-plaat).
-
Complicaties / Red Flags
- Wondinfectie en nabloeding.
- Non-union (niet genezen).
- Uitbreken van het materiaal.
- Compartimentsyndroom (zeldzaam maar ernstig bij proximale tibia).
Nazorg & Controles
- Nabehandeling: Afhankelijk van stabiliteit peroperatief:
- Optie A: 6 weken loopkoker.
- Optie B: Oefenstabiel (onbelast oefenen zonder koker, belast mobiliseren met afneembare koker).
- Antistolling: 6 weken post-operatief.
- VOSM: Materiaalverwijdering na minimaal 1 jaar bij klachten (prominent materiaal onder de huid).